Onderwijs in lijstjesland

“Nederland liep ooit voorop …” we horen het laatste paar jaar met een regelmaat die een structurele verandering lijkt aan te duiden voorbijkomen. Die zin wordt dan afgemaakt door een voorbeeld te noemen van het zo vooruitstrevende beleid en de zo vrije, anti-elitaire en gedisciplineerde mentaliteit van ‘Nederland en de Nederlander’. Ons onderwijssysteem, dat zo onomstreden aan de meritocratie bijdroeg, wordt vaak aangehaald als het over die vergane glorie gaat. Daarom een analyse van de mismatch tussen onderwijs en 'maatschappij', om de problemen van docenten en de gedragingen van jongeren beter te begrijpen.

(Een commentaar op basis van de thematiek van De Groene Amsterdammer (nr. 16-17, 2016) en de relevantie hiervan voor de rol van onderwijs in de mismatch tussen jongeren en ‘de maatschappij’.) 

 

Meritocratie; talent herkennen en naar waarde inzetten
Iedereen gelijke kansen en werkelijk om je talent gewaardeerd worden. Het klinkt mooi, maar hoe wordt het beleidsmatig uitgevoerd? De impuls die lang en breed gevolgd is, is die van de harde toetsing. Geef iedereen dezelfde test en de juiste schifting volgt vanzelf. (Verklein de invloed van het oordeel van de leraar – al is deze uiteraard ook niet vrij van sociaalmaatschappelijke invloeden – bij het bepalen van een vervolgopleiding van basisschoolleerlingen.)

Nu hoef je zelf geen genie te zijn om in te zien dat het zo niet werkt. Niet alleen bepalen sociale omstandigheden als de thuissituatie, de plaats in de klas of de sociaallculturele achtergrond hoe goed een leerling een test maakt – één van de beweegredenen om mensen op steeds lagere leeftijd te testen –, het zijn eveneens die verrekte omstandigheden die verantwoordelijk zijn voor wat de test überhaupt meet en hoe behaalde resultaten van invloed zijn op de mogelijkheden die een leerling op maatschappelijk vlak krijgt.

En om het nog iets complexer te maken; het zijn ‘de omstandigheden’ die uitmaken welke talenten op welke manier gewaardeerd worden. Dat het vanzelfsprekend is dat een technisch ingenieur of bankdirecteur meer verdient dan een leerkracht of danser. En dat het vanzelfsprekend is dat een geslaagde schoolcarrière tot een baan als ingenieur, zakenman, bankdirecteur, advocaat, arts of professor leidt.

 

Politiek; een mismatch tussen school en samenleving
Voor we verzanden in een politiek ter verantwoording roepen van de omstandigheden en zij (wij) die daar verantwoordelijk voor zijn, zullen we moeten kijken welk doel we voor ogen hadden. Dat was het naar waarde waarderen van talenten en een onderwijssysteem waarin leerlingen voorbereid worden op een maatschappij die op vergelijkbare leest geschoeid is. Op dit moment, echter, ‘kiezen’ steeds meer jongeren voor een carrière buiten de maatschappij waarop ons onderwijs toegespitst is.

Dan gaat het niet enkel om de danser, maar ook om jongeren die het criminele of radicale pad opgaan of hun heil zoeken in de nieuwe markten die aan internet en social media gerelateerd zijn, zoals vloggers, reviewers, etc. We moeten concluderen dat de ‘gewone maatschappij’ niet aantrekkelijk genoeg is voor veel jongeren, omdat deze geen waardering en uitdagingen heeft voor de talenten waarom jongeren gewaardeerd willen worden. En omdat ze er niet in slaagt om jongeren die niet direct aan de maatschappelijke standaard voldoen aan zich te binden.

 

Rol van onderwijs en docent?
Enerzijds is dat het resultaat van een gebrek aan kennis en (sociaalculturele) vaardigheden bij leerlingen, een gebrek dat een afstand tussen leerling en maatschappij installeert en het hen onmogelijk maakt volwaardig en geïnteresseerd aan de ‘gewone maatschappij’ mee te doen. Anderzijds zorgt de standaardisering van onderwijs in testen en toetsen ervoor dat er een ideaaltype gecreëerd wordt waar maar weinigen aan kunnen voldoen. En op basis waarvan allen die afwijken een ‘diagnose’ krijgen waarmee ze ‘aan de slag’ kunnen. Om zo toch het gewenste resultaat (bankier, professor of zakenman) te bereiken.

Het is op dat vlak dat een docent, zo af en toe, van de sociaal-maatschappelijke standaard afwijkt, een latent talent opmerkt en een leerling het juiste carrière pad kan wijzen. Het is ook dat vlak – dat van gebrek aan aansluiting van onderwijs op een individuele maatschappelijke toekomst – dat voor ruis zorgt in de dagelijkse praktijk van een leraar. Het gebrek aan relevantie van school voor de individuele maatschappelijke toekomst van leerlingen ondermijnt structureel het gezag van de leraar.

 

Lijstjes; gestructureerde en oprechte schijnheiligheid
De impuls die aanzet tot het structureren en verantwoorden van een manier van werken en hoe deze manier tot welke resultaten leidt, zorgt voor een institutionalisering van de ongelijkheid in kansen die leerlingen met gelijke talenten hebben. De goedbedoelde ‘objectivering’ door toetsen en testen zorgt daarmee voor een schijngelijkheid.

Bovendien is het een blind zijn voor de veranderde norm die in de samenleving actief is; enkel de mensen die de ‘oude’ norm reeds accepteren en een goed diploma relevant en vanzelfsprekend vinden, zullen het ‘aan zichzelf werken’ of omgaan met een diagnose serieus opvolging geven. ‘Anderen’ - zij die niet direct tot de topleerlingen behoren en ook niet gestimuleerd worden door hun sociale omgeving of door de andere mogelijkheden die school en een maatschappelijke carriere bieden - zullen andere middelen moeten aanwenden of andere wegen bewandelen om tot een resultaat en waardering te komen.

 

Wie doet wat met welk lijstje?
Toetsen en lijstjes van resultaten worden – volgens de norm van waaruit ze opgesteld worden – gebruikt om een ingang tot een maatschappelijk gewaardeerde positie te verwerven. Tegelijkertijd zorgen die lijstjes voor een rationele grond (een excuus) voor de aanbieders/bekleders van sociaal-maatschappelijk en economisch gewaardeerde posities om diegenen aan te trekken die het best scoren op deze ‘normlijstjes’.  

Dit maakt dat de lijstjes en testen een tussendoel worden dat door dezelfde ‘elite’ die eerder direct de goede maatschappelijke posities bereikten, op vergelijkbare wijze en met vergelijkbare resultaten, nagestreefd wordt. Nu echter met een onbevlekter of onwetender geweten door het vermeende objectieve karakter van de tussentijdse toetsen en testen.

 

Politieke inzet van ‘objectieve’ middelen
Dit wordt ook de gerechtvaardigde manier om ‘anderen’ of ‘buitenstaanders’ buiten te houden en repressieve middelen in te zetten om deviant gedrag dat deze groep vertoont/groepen vertonen in te perken. Vaak met de argumentatie dat ‘je anders nooit wat bereikt in deze maatschappij’ en dus 'extra je best moet doen'. Terwijl de reële samenleving, via ‘andere’ wegen en standaarden, al lang voor de nodige waardering en successen van deze 'buitenstaanders' instaat. Waardering en succes die buiten de ‘normale maatschappij’ en ‘vanzelfsprekende norm’ om gevonden worden.

Het is een hele kluif om het onderwijs zo te organiseren dat ze deze ‘afvalligen’ weer kan omarmen.

Vacatures Onderwijs