Uit de klas Wouter

 

"Met alle leerlingen hier is in hun leven wel iets misgelopen," vertelt Wouter. De leerlingen zitten intern, ze wonen op hetzelfde terrein als waar ze naar school gaan. Hoe kom je als leerkracht op zo’n school terecht? En wat kom je in praktijk allemaal tegen?

 

Wouter_AVO_GeslotenInstelling
 


W (Wouter): Ik heb de TOM-klas, dat is Traject Op Maat. Het is bij ons de bedoeling om uitstroomperspectief van leerlingen vast te stellen, dus gaan ze naar dagbesteding, praktijkonderwijs of misschien zelfs naar vervolgonderwijs? Daarbij zijn we bezig om leerlingen ‘groepsgeschikt’ te maken. Naast de bekende lessen spelen we bijvoorbeeld spelletjes om hun sociale vaardigheden te ontwikkelen.
 
Je ziet leerlingen stappen maken, vooruitgang boeken. Zelf willen ze in eerste instantie niet altijd naar deze klas, want TOM heeft zo’n naam onder leerlingen “Dat is díé klas, daar wil ik echt niet in”. Maar na een paar dagen hebben ze het naar hun zin hier, en dat is leuk.
 
M (Marc): De stap van een afgeronde opleiding naar lesgeven op een gesloten instelling is groot. Hoe kom je vanuit je opleiding hier terecht?
 
W: Toen ik klaar was met mijn lerarenopleiding geschiedenis ben ik via mijn zus bij een huiswerkinstituut terechtgekomen. Na drie jaar ben ik daar als vestigingsmanager gestopt en een wereldreis gaan maken. Vlak daarvoor zat ik er al over te denken een functie op een reguliere middelbare school te combineren met iets anders. Iets als jongerenwerk wilde ik erbij doen, want dat trok me altijd al.
 
Bij terugkomst van mijn reis ben ik online gaan zoeken naar vacatures en zag ik BRIXS voorbijkomen. Ik zag speciaal onderwijs, cluster 4, gedragsproblemen en dacht: “dat vind ik vet!”. Ik had die link tussen jongerenwerk en onderwijs nooit op die manier gelegd. Daarna heb ik gereageerd op die vacature en ben ik op intakegesprek geweest. Vanaf dat moment ging het snel.
 
De week erna had ik een gesprek, bij de gesloten instelling waar we nu zitten. Ik was net een half uur uit het gesprek toen ik gebeld werd met de vraag of ik die woensdag kon beginnen. Nu zit ik hier, ik vind ’t fantastisch.

Ik zag speciaal onderwijs, cluster 4, gedragsproblemen en dacht: “dat vind ik vet!”

M: Hoe was die eerste dag? Kende je de doelgroep al?
 
W: Ik had er in ieder geval nog nooit op deze manier mee gewerkt. Dus het was de eerste keer in zo’n setting. Iedereen loopt hier met zo’n telefoon, en dan gaat er een alarm en zie je mensen rennen. De eerste keer dat je het allemaal ziet denk je “oké, interessant”. Maar het schrok me niet af, ik had meer zoiets van “volgens mij ga ik hier wel aarden”. Mijn collega zit hier al vanaf het begin, die weet van elke afdeling hoe het werkt en dat was in het begin superfijn. Je kan met elkaar sparren, snel je draai vinden en veel van de leerlingen te weten komen.
 
M: En dacht je ook; dit is de doelgroep waarvoor ik veel kan betekenen?
 
W: Ja, ik ben nu dan AVO-docent en geef veel vakken, maar het belangrijkste in deze klas is die sociaalemotionele ontwikkeling. Die leerlingen zijn puur. Ze zijn eerlijk, oprecht en natuurlijk houden ze je ook voor de gek, maar je kunt er echt wat mee. Binnen een paar maanden kun je zulke grote verschillen maken. Dat vind ik mooi, dat geeft voldoening.

 

Uit de Klas #Wouter 

M: Wat is het belangrijkste verschil met een baan als docent geschiedenis?
 
W: Het is hier anders dan wanneer je elk uur aan een andere klas lesgeeft, zoals op een reguliere middelbare school. Ik vind geschiedenis fantastisch en wil graag vertellen over de Steentijd of de Tweede Wereldoorlog, maar om te doen is dit veel mooier.
 
M: Zijn er leerlingen uitgestroomd naar ander onderwijs?
 
W: Ja, een jongen is na twee maanden naar speciaal onderwijs gegaan. Nu is er een leerling die eerst bij mij zat en daarna naar de techniekklas mocht, hij is bijna klaar om richting praktijkonderwijs te gaan, hij heeft hierbinnen ook al veel vrijheden. Het mooie is dat dat twee jaar geleden heel ver weg leek, hij had nog ontheffing van leerplicht. Nu zou hij wellicht zijn eigen geld kunnen gaan verdienen. Dat is mooi. 

M: Had je ooit gedacht, toen je een lerarenopleiding ging doen, dat je met een telefoon en tag-sleutelhanger (om deuren te openen) zou rondlopen?
 
W: Nee, destijds helemaal niet. Dus toen ik dit tegenkwam dacht ik; “dat ik hier nog nooit eerder aan gedacht heb!”. Ik wist altijd wel dat ik die kant op wilde, jongeren werk hè, ik wist dat ik dat mooi vond, maar nooit gedacht: ”Speciaal onderwijs”.
 
M: Hoe zie je jezelf als leerkracht, zou je naar een reguliere school willen?
 
W: Op dit moment niet, hier haal ik veel meer voldoening uit. Het stukje sociale vaardigheden, dat je leerlingen dát kunt leren. Dat ze met elkaar om kunnen gaan en dat ze misschien niet de dagbesteding in hoeven.
Natuurlijk is het ook mooi om een leerling zijn havo te laten halen, maar de stap die ze hier kunnen maken is anders. Dit gaat verder. Ook voor wat ik als leerkracht doe. De intensiteit waarmee je leerlingen begeleidt. Ik denk dat je hier meer opbouwt. Iets dat je aan het hart gaat.
 
M: Traject op maat heeft een aparte functie binnen de organisatie, hoe lang zitten leerlingen hier doorgaans?
 
W: Het is de bedoeling dat ze uitstromen, intern of extern, dus niet te lang. Verder varieert het best wel veel per leerling. En de samenstelling verandert daardoor ook snel. De hele groepsdynamiek verandert mee, het is eigenlijk nooit hetzelfde. Als leerkracht moet je daarop ingesteld zijn.

Het stukje sociale vaardigheden, dat je leerlingen dát kunt leren

M: In hoeverre weet je bijvoorbeeld wat je morgen gaat doen?
 
W: Ik weet het rooster. Verder is het afwachten hoe de leerlingen zijn en wie er komen. Soms worden jongeren ‘op groep’ gehouden. Andere leerlingen hebben aangepaste roosters, omdat ze nog ‘groepsgeschikt’ moeten worden en zijn maar halve lessen aanwezig.
Er is daarover natuurlijk contact met mensen van zorg en begeleiding. Je hoort het als een leerling niet naar de les komt of meer rust of aandacht nodig heeft. En je wisselt informatie uit. Maar je moet niet in elkaars werkveld gaan zitten. Als je maar op één lijn zit.
 
M: Hoe merk je het in de klas als een leerling even in een moeilijkere situatie zit?
 
W: Gelukkig gaan leerlingen hier nooit met stoelen gooien. Wij (Wouter en zijn collega) hebben wel een natuurlijke vaardigheid met die leerlingen. En je leert natuurlijk van situaties.
 
M: Dus met werkdruk of stress heb je nooit problemen gehad?
 
W: Eigenlijk niet. Vanuit BRIXS hebben ze natuurlijk wel contact gezocht en gevraagd of ze konden helpen of dat ik begeleiding zou willen, maar ik had het niet nodig.
Ik kan me wel goed voorstellen dat het voor veel leerkrachten in deze onderwijsvorm zin kan hebben. Er komt veel op je af en goede ondersteuning kan daarbij een verschil maken. Die ondersteuning is er vanuit BRIXS.
 
In mijn geval denk ik dat de consultants van BRIXS mij op de goede plek hebben gezet. Zij hebben gedacht, die jongen zou daar weleens goed kunnen passen, ook al heeft hij nog geen directe ervaring in het speciaal onderwijs. Dat vond de schoolleider gelukkig ook. Uiteindelijk is iedereen blij. En ik zit hier alweer een half jaar.
 
M: Is er iets uit die periode dat je bijblijft?
 
W: Alles is hier elke dag anders. Zo’n jongen die doorstroomt naar techniek is mooi. Maar er gebeurt zo veel!

 

Vacatures Onderwijs Uit de klas Wouter - BRIXS

Fout

Er is onverwacht een fout opgetreden. Probeer het later nog eens.